Maandelijks archief: februari 2012

Een waardengedreven organisatie: hoe realiseer je dat?

Stephen Covey, Philip Kotler en Michael Porter hebben alledrie recentelijk gepubliceerd over ‘waarden’ als nieuw uitgangspunt voor organisaties/bedrijven. Niet langer staat de klant centraal, maar de waarden van het bedrijf. Het wordt weer tijd om naar onszelf te kijken.

Egoisme weer aan de top?
Is dit terug naar af? Mogen bedrijven nu weer ongegeneerd egoïstisch zijn en puur vanuit eigen belang opereren? Mensen die inhoudelijk de betreffende publicaties van deze heren kennen, weten wel beter. Als ik mijn bedrijf vanuit waarden willen voeren, dan gaat het niet om ‘mij’, maar om ‘wij’.

Evolutie van ‘ik’ via ‘jij’ naar ‘wij’
Alhoewel in het idee van een waardengedreven organisatie inderdaad de eigen organisatie het uitgangspunt is, wordt dit vanuit een andere dimensie bekeken. Ging het in het bedrijfsleven eerst om ‘ik’ (focus op bedrijf of product) en daarna om ‘jij’ (focus op klant), nu gaat het om ‘wij’.

Waarden verbinden
Doordat het om ‘wij’ gaat, is er iets dat ons bindt. Alleen door verbinding ontstaat ‘wij’. Een van de dingen die ons kan verbinden is het delen van dezelfde waarden. Het gaat bij waarden in diepere zin dus ook niet om het bedrijf zelf, maar om de positie van het bedrijf in de ‘wij’. Welke waarden delen we en met wie?

Dit perspectief maakt het breder dan marketing of management. Waarden zijn van het bedrijf als geheel. Je kunt als manager niet zeggen dat het bedrijf bepaalde waarden heeft als de meerderheid van de medewerkers het niet uitdraagt.

Hoe krijg ik mijn mensen zover?
Hier zit een interessante en uitdagende ‘adder’ onder het gras van de waardentheorie. Want hoe krijg je die waarden bij de mensen? En hoe krijg je hen zover dat ze deze niet alleen adopteren, maar ook uitdragen?

Je komt dan al snel op de vraag ‘waarom werkt iemand bij ons?’. Daarop zijn veel verschillende antwoorden mogelijk, maar bij veel organisatie zal dat niet zijn vanwege de waarden van het bedrijf. Op deze manier kom je dus niet tot een echt en oprecht waardengedreven organisatie. Hoe dan wel?

Verander je blik
Draai het om. Vraag niet aan de medewerkers ‘waarom werk je hier?’, maar vraag ‘volgens welke waarden leef je?’ of ‘hoe ben jij mens?’. Trek het dus een niveau hoger. Werk is slechts iets wat wij doen. We zijn niet ons werk. We zijn mens. Werk is een onderdeel van hoe wij onze tijd besteden, evenals boodschappen doen, de auto wassen en spelen met de kinderen. Waarden zitten ook op het niveau van ‘zijn’  en niet op het niveau van ‘doen’.

In 3 stappen de waarden van je organisatie bepalen
De waarden van je bedrijf bepalen is simpel:
1)   Vraag aan alle mensen die met en voor je werken hoe ze zijn als mens.
2)   Verzamel die informatie en zoek de verbinding(en).
3)   Hetgeen de meesten verbindt, dat zijn de waarden van je bedrijf.

Voor echte waardenbepaling is dus geen managementvierdaagse nodig of een heidag en ook geen strategische profileringsstuurgroep.

Waarden uitdragen is als ademen: continu en door iedereen.
Het grote voordeel van bovengenoemde 3-stappenmethode om tot waardenbepaling te komen, is dat iedereen zich hierin herkent en om die reden zich gelukkig voelt in zijn werk, bij ‘zijn’/‘jullie’ bedrijf. Het uitdragen van de waarden is dan als uitademen: continu, grotendeels onbewust en via alle poriën (oftewel alle mensen). Het is levensenergie en de basis van ons bestaan.

Halleluja aan de klant!

Het begint epidemische vormen aan te nemen. Wat zeg ik: pandemische vormen krijgt het bijna: de klant als Koning, als Redder van de wereld, als de Weldoener. Halleluja aan de klant. Wat zijn bedrijven en organisaties op dit moment lief voor de klant. Wat luisteren ze goed naar de klant. Als de klant het wil, dan gebeurt het.

Het leesteken ‘punt’ betekent een tel rust voor je verder gaat, zo heb ik geleerd. Mag ik alstublieft een HELE GROTE, DIKKE, VETTE PUNT op dit moment? Kunnen we even stilstaan en ons uit het moeras van oogkleppen, dagwanen en ratraces omhoog trekken?

Klantfocus is bedrog
De klant is net zo min koning, redder en weldoener als voorheen. Sterker nog: ik durf te beweren dat de klant juist NOG MINDER koning, redder, weldoener is dan voorheen. Iedere organisatie, profit en non-profit, die op dit moment in de communicatie inzet op (de wens/behoefte van) de klant, doet dit uit egocentrische overwegingen. Meestal puur om te overleven. En –laat ik dit meteen erbij zeggen- daar is op zichzelf niets mis mee.

Alles op alles om te blijven bestaan
De allereerste en meest wezenlijke behoefte van een organisatie is continuïteit van het bestaan. Als je niet meer bestaat, kun je ook je klant -én daarmee de wereld- niet meer van dienst te zijn. Dus: alles op alles zetten om te blijven bestaan is puur menselijk en verdient waardering zolang het binnen de kaders van fatsoen en respect voor de mens en de aarde blijft. Maar doe dan niet alsof je het voor de klant doet. Doet niet alsof de klant belangrijk is en altijd al was. Doe niet alsof je jouw ziel en zaligheid geeft voor de klant. Kortom: Doe niet alsof. Wees ECHT.

Van de toren naar het stof
Waarom kan een organisatie niet gewoon zeggen: “Klant, juist nu heb ik je hard nodig. Help me. Blijf bij me. Koop bij me.”? Zou dat misschien komen omdat we dit niet durven te vragen? Omdat diep van binnen ons het schaamrood op de kaken staat over hoe we de klant al jaren behandelen.  Van ‘hoog van de toren blazen’ tot ‘diep door het stof kruipen’ is ook wel een hele grote afstand om in korte tijd te overbruggen. En toch moeten velen het nu noodgedwongen doen. Tja, hoe doe je dat?

4-dimensionele organisatie
Een goede start  is om de organisatie te zien in context met de omgeving en vanuit de vier invloeden die iedere organisatie kent: fysiek (basisvoorzieningen; personeel, productiemiddelen, processen), emotioneel (gedrag), mentaal (beleid), spiritueel (ziel, visie, missie). Voor langdurig gezonde organisatie is dat de basis. Noem het maar de vier hoekstenen van je bedrijf, de pilaren waarop je organisatie rust. Alle vier dienen ze even groot te zijn, dezelfde kwaliteit/inhoud te bezitten én dezelfde aandacht te krijgen.

Van betekenis zijn voor anderen
Nelson Mandela zei ooit: “De betekenis van ons leven ligt in het verschil dat we maken in de levens van anderen.” Dat geldt voor mensen én organisaties. Welk verschil maak jij, maakt jouw organisatie, in het leven van anderen? Dàt is je focus. Degenen voor wie jij een verschil maakt, zullen blij met je zijn en trouw aan je zijn. Het zijn die mensen, we noemen ze meestal klanten, die in tijden van nood voor jou het verschil zullen maken tussen voortbestaan of eindigen.

Sorry zeggen
Het is nooit te laat om te leren van je fouten, om ‘sorry’ te zeggen. Vraag jezelf: “waarom doe ik wat ik doe?”, “wat wil ik bereiken?”, “wie wil ik gelukkig maken?”, “waar ben ik extreem goed in en hoe kan ik daarmee anderen van dienst zijn?”

Hoofd, hart en handen
Heb jij op dit moment zo’n relatie met je klanten dat zij jou willen en zullen helpen, gewoon omdat jij het bent? Dan kom je deze roerige tijd prima door. Heb jij op dit moment niet zo’n relatie? Was jij (stiekem of onbewust misschien) toch vooral bezig met je zelf en was de klant een middel om jouw eigen doelen te bereiken? Dan is het afwachten. En lijkt een halleluja aan de klant inderdaad de enige manier om je hoofd boven water te houden.

Terwijl je met je hoofd en je handen gericht bent op buiten en klanten probeert aan te trekken, is het wellicht wijs om eens met je hart naar binnen te kijken. Wie ben je echt? Wat wil je echt? Wat beteken je echt? Als we dat met z’n allen gaan doen, wordt de volgende pandemie er een waar we vrolijk en gelukkig van worden. Halleluja aan ons allemaal!

Betekenismarketing: the sequal

Op de barricaden!!

De klant staat niet centraal bij betekenismarketing. Die uitspraak riep interessante reacties op. Zelfs eerdere blogs van mij werden gebruikt om mij het tegendeel te bewijzen. Hoe snel wij toch op de barricaden gaan als er aan heersende patronen wordt getornd! Dus bij deze: betekenismarketing, the sequal.

 

De klant houdt ons in leven

Waarom vinden wij dat de klant wél centraal zou moeten staan? Omdat zonder klanten geen bedrijf of organisatie blijft bestaan. Dus vinden wij de klant héél belangrijk. Juist daarom is het toch vanzelfsprekend dat wij de klant het beste gunnen én geven? En hoe kunnen wij de klant het beste geven? Door hoe dan ook aan zijn wensen te voldoen, ook als wij niet de geschikte partij zijn? Of door alles eerst te toetsen aan onze eigen kwaliteiten?

 

Het zijn simpele vragen, maar door de ‘gouden tijden’ van de afgelopen jaren hebben we ze misschien iets teveel verwaarloosd. De klant is belangrijk en hoort centraal te staan. En daarom zou iedere organisatie zich iedere keer eerst opnieuw moeten afvragen: zijn wij het beste wat de klant kan overkomen?

 

Blinde vlek: zijn wij wel goed genoeg?

Betekenismarketing legt die blinde vlek bloot. Eerst kijken naar jezelf: wie ben ik?, waar ben ik goed in?, waarin ben ik onderscheidend?. Zodra je dat helder hebt, communiceer je dat eerlijk en open. Juist dan vind je de klanten die jou nodig hebben en zij vinden jou. Je krijgt dan misschien niet de meeste klanten (alhoewel…), je krijgt zeker de juiste klanten.

 

Kotlers 3i-model

Philip Kotler schrijft in zijn boek Marketing 3.0 iets vergelijkbaars. Hij noemt het 3i-model: identiteit, integriteit en imago. Wie ben ik? (identiteit), Hoe handel ik? (integriteit), Hoe kom ik over? (imago). Dat zijn allemaal aspecten van de organisatie en niet van de klant. Maar ze zijn belangrijk om te weten, juist vanuit het idee dat de klant zo belangrijk en waardevol is.

 

Het gaat om de ‘klik’

Betekenismarketing gaat NIET over de klant en ook NIET over jouw organisatie/bedrijf. Het gaat over de verbinding, de ‘klik’, de relatie die jullie samen hebben. Het gaat over maximaal betekenisvol zijn voor elkaar met elkaar.