Tagarchief: balans

Gezocht: werk dat bij jou past.

Confucius zei het al: “wie een leuke baan heeft, hoeft nooit meer te werken.”

De laatste tijd kom ik steeds vaker mensen tegen die zich afvragen welk werk bij hun past. Met het grote aantal werklozen op dit moment is dat ook niet verwonderlijk. Sommigen pakken alles aan om weer aan het werk te kunnen, anderen grijpen de gelegenheid aan om nu eens er achter te komen wat écht bij hun past. En ook mensen die nog werk hebben, worden door wat er om hen heen gebeurt geprikkeld om over hun werk na te denken.

De vier elementen van de ideale baan
Op zoek naar ‘de ideale baan’ adviseer ik altijd om naar vier elementen te kijken:
* Passie
* Talent
* Kennis
* Kunde
De juiste mix van deze vier zal tot het juiste werk leiden.

Passie en talent zijn zogeheten interne factoren. Je hebt ze al. Misschien is je nog niet helemaal duidelijk welke talenten en passies  je allemaal hebt, maar dat je ze hebt, is 100% zeker. Dit geldt voor iedereen: iedereen heeft talenten en passies.

Kennis en kunde (of vaardigheid) zijn externe factoren. Je hebt ze in begin niet of nauwelijks. Je zult ze moeten ontwikkelen. Dat betekent dus veel leren en veel doen.

Je kunt kennis en kunde op allerlei gebieden ontwikkelen, maar het is het meest zinvol, meest logisch, meest waarderend en meest effectief wanneer je kennis en kunde ontwikkelt in het verlengde van je passie en/of talent. Een talentvolle pianospeler met een passie voor klassieke muziek kan veel beter muzieknoten leren en oefenen met pianospelen, dan elektrotechniek leren en oefenen in bedrading aanleggen.

Voor de ideale baan is het dus als eerste belangrijk om je passies en talenten duidelijk zichtbaar te hebben.

Passie
Wat vind je écht ontzettend leuk om te doen? Zo leuk, dat je het altijd wel wilt doen. Zo leuk, dat je (bijna) niets liever wilt dan dat. Zo leuk, dat je er (bijna) alles voor over hebt. Zo leuk, dat je de tijd vergeet wanneer je er mee bezig bent. Iets dat dus duidelijk meer dan ‘gewoon leuk’ is. Je vind het geweldig! Alleen al bij de gedachte er aan gaan je ogen stralen, je hart sneller kloppen en verschijnt er een grote glimlach op je gezicht. Dát is een passie. En dat kan van alles zijn: paardrijden, films maken, huis inrichten, zwemmen, hardlopen, lego bouwen, lezen, auto rijden, verkopen, handel drijven, met dieren omgaan, etc. Voor mij is dat onder andere schrijven, trainen/doceren en coachen. Dat durf ik oprecht mijn passies noemen.

Talent
Iedereen heeft bij de geboorte talenten meegekregen. Maar de leeftijd waarop deze tot uiting komen kan variëren. Het zijn de dingen die bij jou wel als vanzelf lijken te gaan, waarbij je zonder moeite tot een bovengemiddeld resultaat komt. Dat kan het bespelen van een muziekinstrument zijn (sommigen spelen de mooiste melodieën zonder een noot te kunnen lezen) of de boekhouding (altijd in no-time precies de juiste getallen op de juiste plaats) of koken (aanvoelen in welke verhouding de ingrediënten moeten worden samengesteld) of schaatsen (direct vertrouwd op het ijs en praktisch zonder oefenen een pro lijken) of iedere andere denkbare en ondenkbare activiteit. Dat hoeft helemaal niet ingewikkeld of hoogdravend te zijn. Mijn grootste talent is fantaseren. Het hoeft dus ook niet praktisch te zijn. Het is gewoon het antwoord op de vraag: wat kun je enorm goed zonder dat je er moeite voor hoeft te doen waar anderen juist wel moeite voor moeten doen? Een ander talent van mij is om op meerdere manieren iets te kunnen verwoorden, zowel van mezelf als van anderen. Zo was ik op de basisschool al woordvoerder bij een leerlingenprotest.

Als je zelf niet weet wat je talenten zijn, vraag het dan mensen in jouw directe omgeving die jou al enige tijd kennen. Je ouders, broers/zussen, goede vrienden of jarenlange collega’s. Zij weten het vast.

Kennis
Er zijn mensen die kunnen prachtig muziek spelen zonder een noot te kunnen lezen. En ze doen niets liever dan op de saxofoon, de piano of de gitaar te spelen. Ze hebben er talent en passie voor. Maar zonder de kennis van muziekschrift zullen ze nooit van bladmuziek af kunnen spelen. Daarmee beperken ze zich beroepsmatig enorm, omdat daar veel met bladmuziek wordt gewerkt. Dus is het nodig die kennis te vergaren. Hetzelfde geldt voor elk ander talent. Door kennis te vergaren kun je het verder ontwikkelen. Daarom ben ik communicatie gaan studeren en heb een beroepsopleiding voor healer gevolgd.

Kunde/vaardigheid
“Oefening baart kunst.” Meer hoef ik er eigenlijk niet over te zeggen. Door iets vaker te doen, wordt je er handiger (vaardiger) in. En dat geeft meerwaarde voor jezelf en alle betrokkenen. Door wie laat jij je liever opereren: de chirurg die het 1x eerder heeft gedaan of de chirurg die het in de afgelopen 10 jaar al 30x per jaar heeft gedaan? In het blad Intermediair sprak men over de 10.000-uren grens. Bij 10.000 uren ben je volgens hen pas écht vaardig.

Kortsluiting
De ideale baan is dus de juiste mix van deze vier elementen, waarbij kennis en kunde is ontwikkeld binnen het gebied van passie en talent.

Sluiten jouw kennis en kunde niet aan op je passie en talent? Je bent niet de enige. Veel mensen kozen bij de opleidings- of beroepskeuze voor een opleiding/beroep dat:
*          veel geld verdiende,
*          hoge baangarantie had,
*          makkelijk te volbrengen was óf
*          aan de wens van de ouders voldeed

Balans creëren
Wil je toch balans tussen deze vier dan is de beste oplossing om je passie en talent te definiëren en vervolgens daarin alsnog kennis en kunde te ontwikkelen. Dat kan gelukkig tegenwoordig steeds makkelijker. E-learning en simulatieprogramma’s stellen mensen in staat om gewoon thuis op hun eigen tijdstip en tempo kennis en kunde tot zich te nemen. En ook ontstaan er meer cursussen, masterclasses, workshops en clinics. Je moet er dus wel wat voor doen, maar omdat we hier over je passie/talent spreken zal de motivatie zeer waarschijnlijk hoog genoeg zijn.

De vier dimensies van de mens
Deze vier elementen sluiten overigens ook weer prima aan op de vier dimensies van de mens waar ik eerder over schreef.
Passie = emotie = emotionele dimensie
Talent = gave = ziel = spirituele dimensie
Kennis = verstand = mentale dimensie
Kunde = vaardigheid = lichamelijke dimensie

En zo is de cirkel rond.

Dus:
Stap 1: definieer je passie en je talent (daar kan ik je eventueel bij helpen)
Stap 2: vergroot je kennis en kunde op dit gebied
Stap 3: vind het werk waarin je alle vier elementen kwijt kunt

Practice what you preach
Ook ik ga weer de schoolbanken in. Ik wil meer kennis en kunde op het gebied van onderwijsinnovatie (trainen/doceren) en de rol van een coach daarbij. Zo hoop ik mijn werk nóg leuker te maken of eventueel leuker werk te vinden.

Succes met het vinden van de juiste baan waardoor je nooit meer hoeft te werken. 🙂

Aandacht is gezond

Hoe vaak doe jij iets op de automatische piloot? Vanuit routine? En hoeveel aandacht geef je die activiteiten op dat moment? Hoe vaak op een dag ben jij met AL je aandacht (dus 100%) bij één activiteit?

Multi-tasken
De meeste mensen vinden het erg moeilijk om de aandacht maar op één onderwerp te richten. Zeker wanneer dat eenvoudige activiteiten zijn zoals tanden poetsen, douchen, fietsen, de (af)was doen. Toch is het juist bij dit soort taken heel goed én vooral gezond om daar met al je aandacht bij te zijn. Ik noem drie argumenten.

In het hier en nu zijn
Het eerste argument: door al je aandacht te geven aan wat je doet, plaats jij jezelf helemaal in het hier en nu. En sinds het begrip ‘mindfulness’ een hype geworden is, weet iedereen hoe belangrijk het is voor je welzijn om in het hier en nu te leven. Voor degenen die hier meer over willen weten: een aanrader om te lezen op dit gebied is ‘De kracht van het Nu’ van Eckhart Tolle.

Rust in je hoofd
De tweede reden om met al je aandacht bij de routineklussen te zijn, is vanwege de rust die het je brengt. Je mentale brein ervaart even geen druk, hoeft niet te piekeren, heeft geen stress en hoeft niet te multi-tasken. In je hoofd wordt het dus even lekker rustig en dat vindt je hoofd best wel prettig, want zo vaak komt dat niet voor. Wanneer je dit een paar keer hebt gedaan (én volgehouden!), zul je merken dat jij er ook rustiger van wordt.

De pracht van simpel werk
Sinds ik bij de eenvoudige klussen mijn aandacht daadwerkelijk bij die klussen heb in plaats van bij iets anders waar ik me druk over maak, vind ik die klussen ook leuker om uit te voeren. Simpelweg omdat ik ze steeds vaker als rustmoment zie. Autowassen, strijken, afwassen, stofzuigen zijn nu activiteiten waarbij ik steeds vaker een soort van serene rust ervaar. Het is eigenlijk een bijzondere paradox: door met al je aandacht bij een activiteit te zijn, kom je mentaal en emotioneel tot rust en doe je dus eigenlijk twee dingen tegelijk (bv. afwassen én tot rust komen). Dus toch multi-tasking, maar dan op een heel ander niveau.

Betere balans in je leven
Als laatste, maar zeker niet als minste, biedt het jou als persoon een steeds betere balans in het leven. Vanuit het idee van ‘de complete mens’ bestaat ieder mens uit een fysiek, mentaal, emotioneel en spiritueel aspect. Hoe meer die vier in balans zijn, hoe beter jij als geheel functioneert (‘je goed voelt’). Door met al je mentale en emotionele aandacht bij een fysieke handeling te zijn, integreer je die drie op dat moment. Deze drie ‘bewuste niveaus’ maken dan een koppeling met het ‘onbewuste’ niveau van het spirituele aspect en daardoor ga je je steeds lekkerder voelen, ook wanneer het eenvoudige klusje voorbij is. Het ‘gevoel’ of de ‘flow’ ebt nog even na. En hoe meer ervaren je wordt in dit soort aandacht geven, hoe langer de flow blijft. Totdat je uiteindelijk zo lang in flow blijft dat de flow van de ene activiteit overgaat in die van de ander. Dan heb je echt je leven in balans.

Dus: wees goed voor jezelf: geef aandacht aan routinewerk en wordt rustiger, gezonder en beter in balans.

Vier vormen van weten

Geconfronteerd met een bedrijf met MVO-projecten waar ik mogelijk een bijdrage aan zou mogen leveren, vroeg ik me af: hoe ‘echt’ is hun wil om duurzaam te zijn? Die vraag kon ik met ratio niet juist beantwoorden. Steeds vaker komen er in deze rap veranderende wereld kwestie aan de oppervlakte die niet of onvoldoende met verstand zijn op te lossen. Gelukkig is ratio niet de enige vorm van weten die we hebben. Het wordt tijd dat we de andere vormen van weten actief gaan inzetten.

 

Bladgoud of edelmetaal?

Voor enkele MVO-projecten was een bepaalde organisatie op zoek naar een marketeer met MVO-achtergrond. Via-via werd ik hiervoor benaderd. Na even gegoogled te hebben op de naam van de organisatie, reageerde ik positief onder voorbehoud dat MVO bij hen niet beperkt was tot de genoemde projecten, maar dat het met de hele organisatie verweven was of werd. Ik werd bedankt voor mijn moeite, maar ‘ze’ gingen de procedure niet verder met mij voortzetten, vanwege een verschil in opvattingen t.a.v. het begrip MVO/duurzaamheid.

 

Blijft bij mij natuurlijk de vraag hangen ‘heb ik door hun laagje van bladgoud heen geprikt of waren er toch edele/eerlijke argumenten achter de afwijzing?’

 

Ware intentie

Hoe weten we tegenwoordig of een bedrijf of organisatie serieus vanuit goede intentie zich inzet voor duurzaamheid of dat het uiteindelijk toch een marketing- of imagoactie betreft? En maakt het eigenlijk wel iets uit? Is de wereld er bij gebaat dat ik mijn bankzaken bij Triodos of ASN doe in plaats van bijvoorbeeld bij ING, ABNAMRO of SNS? Hoe is dat aantoonbaar? En als Triodos net zo groot word als ING, kan het dan nog steeds dezelfde beloften nakomen? Vragen waar niemand vanuit ratio een sluitend antwoord op kan geven. Tijd dus om naar een andere vorm van weten te gaan.

 

Trefzeker weten zonder logica

Wat zegt je hart of je onderbuik als je geconfronteerd wordt met een ‘duurzaamheidsclaim’? Als je een paar keer op deze wijze naar antwoord zoekt, merk je al snel hoe trefzeker die vorm van weten is. Zodra je ergens in aanvang bepaalde twijfels of ‘dubieuze gevoelens’ bij hebt, blijkt achteraf toch wel vaak dat zoiets klopt. Waarom stelde ik die vraag over een duurzame ‘way of life’ wel aan die organisatie op zoek naar een marketeer en niet aan de organisator van een congres over duurzaam leiderschap waar ik heen ging? Waarom geloof ik de duurzaamheidsclaims van Triodos wel en van ING niet? Antwoord vanuit logica heeft in deze gevallen geen zin.

 

Menselijke functies

Voor logica kun je prima je hoofd gebruiken, maar voor zaken die niet met logica te verklaren zijn, moet je geen logica willen gebruiken. Daar heb je iets anders voor nodig, bijvoorbeeld je hart. Dat is overigens wel weer logisch te verklaren (voor de rationalisten onder ons): alle aspecten van een mens hebben een primaire functie. Een rekensom los je op met je hoofd, je bloed laat je zuiveren door je lever, staan doe je op je voeten en de liefde verklaar je met je hart. Als je wilt weten of iemand zuiver handelt, is logica vaak niet het juiste weg om tot een antwoord te komen. Ik ben er van overtuigd dat de meesten dit uit eigen ervaring kunnen bevestigen. Toch proberen we nog steeds alles met logica te verklaren. Alsof het alleen dan Echt kan zijn. Waarom?

 

Vier vormen van weten

Nu de wereld zo enorm aan veranderen is en er steeds minder logisch te verklaren is, wordt het volgens mij tijd om actief te investeren in de ontwikkeling van de andere vormen van weten. Naast ‘rationeel weten’ bestaat er ook:

• ‘fysiek weten’ (je lichaam geeft het antwoord, bv. door krijgen van kippenvel, de bekende ‘freeze’-reactie bij angst of een tijdelijke verlamming bij begin van burn-out)

• ‘emotioneel weten’ (je gevoel laat van zich horen, bv. door brok in de keel, knoop in de maag, vlinders in de buik)

• ‘spiritueel weten’ (je ziel verklaart, bv door intuïtie, deja-vu, a-ha erlebnis en een onbestemd gevoel van zeker van jezelf zijn)

 

Oefening baart kunst

We hebben leren vertrouwen op logica. We kunnen ook leren vertrouwen op de andere drie. De meeste mensen hebben met alle drie ervaring, maar meestal nog te weinig om er volledig op te vertrouwen. Dus zeg ik: oefening baart kunst. Hoe meer je deze vormen van weten gebruikt, in alle aspecten van je leven, des te meer je ermee vertrouwd raakt. En uiteindelijk weet je niet beter. En met jou alle andere mensen. Van zo’n wereldbeeld krijg ik kippenvel op mijn armen, vlinders in mijn buik en een intuïtief ‘ja’ in mijn hart. Ik ben klaar voor Het Nieuwe Weten. En jij?

Puzzelstukjes

Het begin is makkelijk

Als kind was ik gek op legpuzzels. Mijn grootste legpuzzel had zo’n 3000 stukjes en ik heb er weken over gedaan om die helemaal af te krijgen. En dat was met het voorbeeld erbij! In het begin ging alles heel vlot. Hoekjes zijn snel gevonden en op de juiste plaats gelegd. De randen van de puzzel zijn ook makkelijk herkenbaar en zo is het kader al snel zichtbaar gevormd. Iets moeilijker, maar nog steeds werkbaar, werd de voorgrond van de puzzel. En toen kwam de achtergrond… 100 stukjes die allemaal gras zijn, 300 stukje heldere blauwe lucht. Hoe weet ik nu wat waar hoort? De afbeelding op alle stukjes zijn identiek. Het enige verschil is de vorm van het puzzelstukje.

 

Forceren, bijknippen en bijschaven

Organisaties/bedrijven zijn eigenlijk net legpuzzels. Het is een groot geheel gevormd door talloze losse stukjes die aan elkaar passen. Alhoewel: aan elkaar passen? Bij veel organisaties heb ik het idee dat er niet naar dat ene juiste (puzzel)stukje is gezocht. Er is meer gedacht van ‘ach, dit past wel enigszins’. In de puzzelmetafoor: met geweld een stukje op een plek drukken die er niet hoort of een stukje beetje bijschaven of bijknippen zodat het wel past. Ieder van ons weet uit eigen ervaring dat dit bij puzzels niet werkt. Waarom zou het bij organisaties dan wel werken? Veel organisaties zijn uit balans omdat er teveel geforceerd, geknipt en geschaafd is. En dat is echt niet nodig. Maar voor langer doorzoeken naar wél het juiste stukje nemen we eenvoudigweg de tijd niet.

 

Organisatie in balans

Een organisatie in balans krijgen, is echt net als het leggen van een puzzel. De vier hoeken zijn het simpelst. Het zijn de belangrijkste pijlers van jouw organisatie, bijvoorbeeld de core-business, kernwaarden, klantgroepen, concurrenten. Daarna volgen de randen. Bij organisaties kun je dan denken aan missie & visie, ambities, cultuur, regels, procedures. Vrij herkenbaar en goed te plaatsen. Het kader waarbinnen de organisatie verder wordt vormgegeven, ligt nu (letterlijk) vast. Het binnenwerk van de organisatie is voor het eerste deel nog redelijk goed in te vullen. Een aantal functies zijn makkelijk te vertalen naar bepaalde mensen en uit procedures vanuit het kader volgen als vanzelf bepaalde taken/werkzaamheden. Maar dan… iedere organisatie heeft ook z’n eigen 100 stukjes gras en 300 stukjes heldere blauwe lucht. Hoe ga je daar mee om?

 

Elk stukje op de juiste plek

Net als bij de legpuzzel, komt het al snel neer op zelf uitzoeken wat het beste past. En hoe deed je dat bij de gewone legpuzzel? Waarschijnlijk net als ik en vele anderen: alle stukjes liggen afzonderlijk van elkaar verspreid over de hele tafel en je dwaalt er met je aandacht (je ogen en vingers) langs. Bij sommige stukjes krijg je het idee dat die wel eens zouden kunnen passen en die probeer je dan als eerste. Vaak blijkt zo’n ingeving te kloppen en zo vult de puzzel zich langzaam. Meer stukjes vinden hun juiste plek, minder stukje blijven in de periferie hangen en uiteindelijk zijn er nog zo weinig over dat de rest invullen weer een makkie is.

 

Voorbij het moeilijke deel

Ook bij organisaties werkt het zo: leg alle elementen van de organisatie bloot, laat niets achterwege. Loop vervolgens alle elementen langs met je aandacht en bij sommige zul je een idee hebben hoe die zijn in te passen in de organisatie. Soms is een tweede of derde poging nodig, maar als je goed naar je gevoel luistert zal het snel raak zijn. Uiteindelijk blijven er zo weinig elementen over dat het laatste deel weer makkelijk in te vullen is. En dan… is daar het moment van het laatste stukje. Met veel trots en voldoening (en soms een zucht van verlichting) leg je het op z’n plaats en maakt daarmee de puzzel af. Het is klaar! Alle losse delen samen vormen een harmonieus groter geheel.

 

Waar organisaties vast blijven zitten

Helaas zie ik bij organisaties dit laatste deel nooit gebeuren. Op een of andere manier komen we niet voorbij dat moeilijke stuk waar alles op elkaar lijkt. We moeten ons verstand even op de tweede plek zetten en ons gevoel/intuïtie aan het werk laten. Wat voelt goed? Wat klinkt goed? Hoe/waar/wanneer merk ik iets van ‘flow’? Waar bespeur ik passie en bevlogenheid? Hoe wakker ik die aan?

 

Organisatie in balans

Als we voor dit deel van ‘de organisatiepuzzel’ ons verstand durven los te laten en op onze intuïtie durven te vertrouwen, dan weet ik zeker dat een (jouw?) organisatie snel het punt bereikt waarop het verstand het voor het laatste deel weer kan overnemen. Je merkt aan alles in zo’n organisatie dat het goed loopt, dat er ‘flow’ is. Alle 3.000 stukjes hebben hun plek gevonden en wat je ziet zijn niet 3.000 losse stukjes, maar een groot geheel, harmonieus van aard en waarbij het heel duidelijk is wat het voorstelt. Balans in je organisatie, de puzzel af. Wie wilt dat nou niet?

Beloning over 20 jaar

In ‘de nieuwe wereld’ gaat het onder andere over ‘resultaten op lange termijn’ en rentmeesterschap. Dat als tegenhanger van het nu, waar het gaat over bonussen aan het eind van één jaar en jaarlijkse stijging van winst en ‘shareholdersvalue’. Nu ben ik zo’n persoon dat altijd een uitdaging ziet in het verenigingen van tegenstellingen. Ik geloof namelijk niet in het tegengestelde van tegenstellingen.

 

De paradox van tegenstellingen

Wat ik daar mee bedoel, is dat tegenstellingen volgens mij juist samen een geheel vormen. Het Yin-Yang symbool is daar een geweldig mooi voorbeeld van en ook bijvoorbeeld een klassieke weegschaal. Bij zo’n weegschaal hangt uiterst links een gewicht en uiterst rechts ook een. Los van elkaar hebben ze geen duidelijke meerwaarde. Juist verenigd met elkaar vormen ze een geheel. En dat geheel is in balans te brengen door beide op elkaar af te stemmen.

 

Rentmeesterschapsbonus

Dus: hoe brengen we rentmeesterschap en bonussen samen? Het volgende proefballonnetje wil ik daar wel eens op los laten. De gemiddelde termijn van een leidinggevende is 4 tot 7 jaar. Bonussen worden verdiend over het werk in die periode. Dat gaan we veranderen. Bonussen worden verstrekt 15, 20 en 30 jaar na aanvang van het dienstverband en hebben betrekking op de resultaten/verdiensten van diezelfde periode (dus ook 15, 20 en 30 jaar).

 

De toekomst beïnvloedt jouw Nu

Dat betekent dat in de meeste gevallen de prestaties van je opvolgers van grote invloed zijn op jouw bonus. Sterker nog: als jij maar 4 jaar aanblijft als leidinggevende, hebben de prestaties van je opvolgers waarschijnlijk een grotere invloed op jouw bonus dan jouw eigen prestaties. Wat zou dit doen met het gedrag van leidinggevenden? Hoe zal dit van invloed zijn op hun strategie en hun besluitvorming?

 

Balans tussen Nu en Straks

Leidinggevenden zullen nadenken over de consequenties op lange termijn, ze zullen zoeken naar opvolgers die ‘het erfgoed’ zo goed mogelijk verder kunnen ontwikkelen (rentmeesterschap in optima forma). Omdat ze echter ook de korte termijn in de gaten moeten houden, want zonder kortetermijnresultaten is er helemaal geen lange termijn, zal er mijns inziens een interessante balans worden gezocht tussen kortetermijnresultaten en langtermijnresultaten. En dat hoeven heus niet alleen maar financiële resultaten te zijn. Dat kunnen ook bijvoorbeeld maatschappelijke, ecologische of spirituele resultaten zijn.

 

Jouw mening nu telt

Wie vult mij aan bij dit proefballonnetje? Wat gaat er gebeuren met (het gedrag van) leidinggevenden en met beleid en uitvoering van organisaties als bonussen alleen nog maar worden verstrekt over resultaten op de langetermijn?

Verwondering

Laat ik nou toch altijd gedacht hebben dat ik de enige volwassen mens ben die zich verwondert over kleine alledaagse dingen. Tot ik vorige week sprak met iemand die me vertelde elke dag vol van verwondering te zijn over van alles en nog wat. Het deed mij weer beseffen hoe hard wij eigenlijk door het leven en over deze aardbol rennen/vliegen/draven. We kijken het grootste deel van onze tijd niet om ons heen, maar zijn strak gefocust op ons doel. Soms is dat natuurlijk prima en soms zelfs hard nodig. Maar ook hier gaat het weer om de balans. Hoe vaak ben je strak gericht op een doel met de intentie daar zo snel en goed mogelijk aan te komen? En hoe vaak is het onderweg zijn al voldoende?

Na mijn scheiding veranderde mijn hele leven. In de eerste tijd na de breuk rende ik nog harder dan ik altijd al deed, gewoon om alle ‘ballen in de lucht’ te houden, om niet om te komen in de lawine van ‘things-to-do-now-you-are-a-single-parent’. Maar inmiddels is het al enige tijd weer rustig en ben ik weer meer ‘tot mezelf’ of eigenlijk ‘tot mijn Zelf’ gekomen. Ik ben me veel bewuster geworden van het leven in het algemeen en mijn leven in het bijzonder. Jarenlang heb ik op makkelijke, rustige golven door het leven heen gesurfd en aan de oppervlakte van mijn bewustzijn vond ik dat prima. Dieper van binnen begon echter wat beroering te ontstaan en toen dat eenmaal aan de oppervlakte kwam was er geen houden meer aan.

Ik leef nu vanuit een dieper bewustzijn. Dat betekent onder andere dat ik meer meemaak (zowel prettig als minder prettig), dat ik meer voel (zowel prettig als minder prettig) en dat ik meer bewust ben van wat er om mij heen gebeurd. Bij dat alles slaat de verwondering geregeld toe. Hoe kleurrijk de herfstbladeren zijn, hoe prachtig het neerkletteren van een forse regenbui op mijn dakraam klinkt, hoe prettig het voelt om samen te ontbijten, hoe makkelijk je je eigenlijk geluk kunt creëren én vernietigen, hoe een plant groeit, hoeveel sterren er aan de hemel staan.

Mocht ik het toch even vergeten, dan is er altijd nog mijn dochter die dan bijvoorbeeld tijdens het fietsen vol enthousiasme roept: “Papa, kijk: een paddestoel!” En vol verwondering staan we stil.