Tagarchief: gedrag

De luxe van bewust reageren

Basisgedrag
Het stimulus-respons model is bekend bij velen. Door iets wat in je omgeving gebeurt, vertoon jij bepaald gedrag. Bijvoorbeeld als iemand ‘hallo’ tegen je zegt, kijk je die persoon aan en zeg je waarschijnlijk iets terug en wanneer je hard je hoofd stoot, uit je een kreet van pijn. Ook in marketing en verkoop wordt dit model vaak gebruikt. Als iets 2,99 euro kost, kopen mensen het eerder dan wanneer het 3,00 euro kost en woorden als ‘opruiming’, ‘sale’ en ‘korting’ hebben ook sterke invloed op hoe wij reageren.

Dit zijn eenvoudige en onschuldige voorbeelden waarbij de respons onbewust reageert op de gebeurtenis (de stimulus). Echter, ook bij grotere of minder onschuldige gebeurtenissen gaat dit model op. Je kind heeft leuk gespeeld buiten en komt enthousiast thuis en maakt moddervlekken op de vloer. Jij reageert boos. Of iemand vergeet een afspraak en jij voelt je teleurgesteld en gekwetst. Op je werk heb je het al zo druk en toch accepteer je die extra klus (omdat je het zo leuk vind, omdat je geen ‘nee’ durft te zeggen, omdat het erbij hoort, omdat … etc.).

Eigenlijk is onze respons op heel veel situaties of gebeurtenissen onbewust of semi-onbewust. Met dat laatste bedoel ik dat we ons wel bewust zijn van onze respons, maar dat we diep van binnen eigenlijk een andere respons wilden geven.

Bewust sturen
Met de kennis van het stimulus-respons model kunnen we onze respons bewust sturen. We hebben dan misschien niet altijd invloed op wat er om ons heen gebeurt (binnenrennend kind, hoofd stoten tegen kastje, iemand die je laat zitten, werk dat op je bureau komt), maar we hebben 100% invloed op onze respons. Wat we nodig hebben om niet (semi-)onbewust te reageren op een stimulus is het besef dat er altijd een moment van tijd zit tussen de stimulus en onze respons. Dat kan een klein moment zijn of een groot moment, maar het moment is er. Stephen Covey noemt dit het gat tussen stimulus en respons. In dat moment beslissen we hoe we reageren. Als we ons bewust zijn van dat moment, kunnen we een bewuste keuze maken over onze respons. Je kunt bijvoorbeeld het binnenrennende kind optillen en lachend op het aanrecht zetten. Je kunt jezelf een standje geven dat je het kastdeurtje open hebt gelaten, je kunt een extra drankje bestellen en genieten van de onverwachte vrije tijd die je hebt gekregen doordat je gesprekspartner niet is komen opdagen, je kunt de extra klus weigeren of aangeven op welke termijn jij deze kunt behandelen.

Steeds vaker besef ik hoe makkelijk het is, om je respons te sturen als je je bewust bent dat jij aan het stuur staat. Zo heb ik laatst lachend door de regen gefietst, terwijl ik het echt niet leuk vond. En toen ik vorige week erg boos was op iemand omdat ik vond dat zij mij geen ruimte gaf om eigen beslissingen te nemen, kon ik die boosheid omzetten in gelatenheid. En natuurlijk lukt het mij nog heel vaak niet. Het is moeilijk om je bewust te worden van onbewust gedrag. Maar het lukt steeds vaker en steeds beter. Zolang ik maar besef dat ik zelf kan bepalen hoe ik reageer op een situatie of gebeurtenis. Wat een luxe!

De balans tussen goed en slecht

“Hoe gaat het?”
–“Ja, goed. Lekker vakantie, mooi weer, dochter geslaagd voor haar examen, nog een meevaller van de Belastingdienst gehad. Toppie!”
“En met je broer?”
– “Niet zo best, helaas. Zijn huis is nog steeds niet verkocht en vorige week is hij na een ernstige val in het ziekenhuis terecht gekomen.”

De begrippen “goed” en “slecht” zijn voor iedereen bekend. En we kunnen meestal ook heel makkelijk aangeven wanneer het goed met ons gaat of juist slecht (of iets er tussen in). Maar is het eigenlijk wel zo simpel?

Ik moet vaak denken aan een Oosters verhaaltje hierover. Kort weergegeven gaat dat als volgt:
“Door een mislukte oogst kunnen een boer en zijn zoon nog maar nauwelijks financieel rondkomen. Wat slecht, zeiden de mensen. Toen vond de zoon een paard waarvan de eigenaar onvindbaar was. In die tijd was het bezit van een paard een rijkdom en de mensen waren blij voor hen. Wat goed, zeiden de mensen. Het werk zou nu veel sneller gaan waardoor ze meer konden verdienen. Maar niet lang daarna viel de zoon van het paard en brak zijn been. Wat slecht, zeiden de mensen. Toen brak er oorlog uit en alle weerbare mannen werden opgeroepen. De kreupele zoon werd niet opgeroepen. Wat goed, zeiden de mensen.”

Iets dat goed lijkt, kan dus slecht uitpakken en andersom. Je denkt er goed aan te doen te investeren in vastgoed, maar dan stort de vastgoedmarkt in. Je blijft tegen beter weten in die ene ochtend langer in bed liggen, mist de trein waardoor je te laat op het werk komt voor die belangrijke bespreking, maar ontmoet wachtend op het perron de vrouw van je dromen. Kun jij nu nog zeggen wat er goed was en wat slecht?

Wat misschien wel interessant is om eens bij jezelf na te gaan: van welke momenten in je leven heb jij het meest geleerd? De momenten dat alles gewoon goed ging? Of de momenten dat het je allemaal wat tegen zat en je moeite moest doen om vooruit te komen?

Eigenlijk heeft ieder moment en iedere situatie een goede en een slechte kant. Als alles in je leven op rolletjes loopt, is dat van de ene kant bekeken goed. Maar van de andere kant bekeken: je gaat achteroverleunen, wordt er lui van, hebt je geen uitdaging meer en je verliest iedere motivatie. Dat is niet zo best. En wanneer je in je leven in een diep dal raakt, voelt dat waarschijnlijk heel slecht. Maar aan de andere kant: nu leer je doorzetten, je leert omgaan met moeilijke situaties, je leert dingen vanuit andere perspectieven te zien en zeer waarschijnlijk leer je jezelf een stuk beter kennen. Je ontdekt dat je sterker bent dan je dacht en tot veel meer in staat dan je voor mogelijk hield. Dat is geweldig!

Als je op die manier naar je eigen leven kijkt, zul je zien dat de zogenaamde ‘goede’ momenten en situaties je de kans geven even stil te staan en de zogenaamde ‘slechte’ momenten en situaties je in beweging zetten en je de kans geven je te ontwikkelen. En inderdaad… sommige mensen hebben beduidend meer ‘goede’ tijden dan anderen. Zo is het leven. Maar wie is daarbij dan beter af? Degene die stil staat of degene die zich continu ontwikkelt?

O ja, en over die man aan het begin van dit stukje: plots opkomend noodweer verwoestte zijn caravan, zijn dochter bleek het examen gekocht te hebben van een Ibn Ghaldounleerling en de meevaller van de Belastingdienst bleek voor zijn broer te zijn die daardoor toch in zijn huis kon blijven wonen, samen met zijn grote nieuwe liefde, te weten de verpleegster die hem in het ziekenhuis verzorgde. Het kan verkeren.

Wat je aandacht geeft, groeit.

Griep
Ik word wakker met hoofdpijn en nekpijn, terwijl ik fit en monter ging slapen. “Pas maar op, straks krijg je nog griep”, zegt een vriend tegen me. Een standaardreactie waarschijnlijk voor velen, want de griep heerst en hoofdpijn en nekpijn zijn symptomen ervan. Mijn eerste gedachte op die opmerking was “wat je aandacht geeft,  groeit.” Beeld je vooral in dat je wellicht griep zult krijgen en de kans is groot dat het zal gebeuren. En de gedachte “Oh, als ik maar géén griep krijg” is natuurlijk van dezelfde strekking.

Dit soort opmerkingen hoor ik dagelijks en jij waarschijnlijk ook. “Als het maar niet gaat regenen, wanneer ik op de fiets zit”, “Ik voel me helemaal niet lekker, ik word vast ziek”, “Zul je zien dat juist wanneer ik aan de beurt ben alles uitverkocht is”.

Negatief is de basis
Het zit blijkbaar in ons systeem om te focussen op onze angst, op wat we niet willen in plaats van wat we wél willen. Hoe moeilijk dat te veranderen is, blijkt wanneer ik mensen aanraad te focussen op het positieve. Wanneer ik zeg “ik voel me nu niet lekker, maar dat is zo over en vandaag wordt een geweldige dag” kijken mensen me aan of ik van de planeet Mars kom. En ook een leuke: “zolang ik buiten fiets, blijft het droog”. Dat hoor je weinig mensen zeggen.

Positief is zoveel prettiger
Het opvallendst is echter dat het wel werkt. Ik heb nog nooit in de regen gefietst op de dagen dat ik mijn aandacht richtte op droog over komen. Sterker nog: ik kan me nog de keer herinneren dat het begon te miezeren en ik in mijn hoofd constant als mantra verkondigde dat ik droog thuis zou komen. Het gemiezer stopte en ik ben droog thuis gekomen. Ik kan zo tientallen voorbeelden geven waarbij gebeurde waar ik mijn aandacht op richtte.

Kies je trefwoord
En zo gebeurt ook bij jou waar jij je aandacht op richt. Is ‘ziek’ het trefwoord? Ziek zul je worden. Is ‘regen’ het trefwoord? Regenen zal het. Is ‘ellende’ het trefwoord? Ellende zal het zijn. En let goed op dat een ontkenning bij aandacht niet werkt; in de zin “de pijn in mijn knie gaat over” is het trefwoord ‘pijn’ en dus zal de pijn blijven. Zeg dan liever “mijn knie voelt goed” of eventueel “mijn knie voelt z.s.m. weer goed”. Het trefwoord is ‘goed’.

Het werkt!
Wat je aandacht geeft, groeit. Of anders gezegd: zal zich ontwikkelen. En negatieve aandacht is ook aandacht. Het is meerdere malen bewezen en velen hebben het zelf ervaren dat wanneer je focust op te verwachten pijn, bijvoorbeeld een injectie of incisie, de daadwerkelijk ervaren pijn vele malen groter is wanneer je met al je aandacht bij die pijn bent dan wanneer je op het ‘moment suprême’ even bent afgeleid en je aandacht op iets anders richt. Dus iedereen weet dat het werkt! Maak er dan ook gebruik van in het dagelijks leven.

Zoek alternatieven
Ik zal nooit vergeten dat ik op 12-jarige leeftijd in het ziekenhuis lag en een spuit voor verdoving in mijn been moest hebben. Ik was er bang voor en liet de arts, maar vooral de spuit, geen microseconde uit het oog. Het was vroeg in de ochtend en de assisterende verpleegster trekt de gordijnen open waarop ze enthousiast roept “Hé kijk, het heeft gesneeuwd!” Vanuit een reflex keek ik hel even haar kant op. De arts greep zijn kans en ik heb niets gevoeld van de spuit. Nou ja…, niets van de prik in ieder geval en veel minder van de rest van de injectie dan wanneer ik was blijven focussen op de spuit.

Doe het zelf
Test het maar uit voor jezelf: begin maar eens met te ontdekken wat de trefwoorden zijn in al de uitingen die jij doet over wat je wel of juist niet wilt dat er gebeurt. En bouw het daarna om tot wat je wel wil dat gebeurt, máár… met de juiste trefwoorden. “Ik wil dat de jeuk over is” werkt dus niet, want het trefwoord is ‘jeuk’. Kies voor bijvoorbeeld “mijn huid is rustig en gezond”.  Het is soms een echte uitdaging om de juiste woorden te vinden, maar zelfs dat kan al het juiste effect hebben.

Een prima dag
Mijn hoofdpijn en nekpijn waren eind van de ochtend over, ik voelde me kiplekker de rest van de dag. Ik heb een paar boeiende gesprekken gevoerd, onder andere met een wervings- en selectiebureau, heb een uurtje gewinkeld in Zwolle en lekker eten gekookt. Het was een prima dag.