Tagarchief: verwondering

Waarom doe jij wat je doet?

Allemaal onzin
“Allemaal onzin, dat gedoe van betekenisdenken, maatschappelijke verantwoordelijkheid, liefdevolle organisaties. Er moet gewoon geld verdiend worden. Niet meer, niet minder.” Zo begon de man links van me het gesprek. Ik vroeg: “Waarom dan?” “Gewoon”, zei hij, “gewoon, omdat het nu eenmaal zo is.” En ik weer: “Ja maar, waarom is het dan zo?” Ik voelde me net een kleuter van 4 die in de ‘waarom’- fase zit. Ongeduldig kreeg ik als antwoord: “Zo werkt de economie. Als je maar genoeg geld verdient, maak je winst en als je winst maakt, kun je doorgaan.”

Ben jij onmisbaar?
De man keek oprecht verbaasd dat ik die simpele logica nog niet door had. Wat deed zo’n naïef iemand als ik op deze hoogstaande bijeenkomst. “En is dat belangrijk, doorgaan?”, vroeg ik. “Duuh”, was het enige dat hij kon uitbrengen. “Waarom?” vroeg ik in oprechte interesse. “Hoezo waarom?” Hij keek me oprecht onbegrijpend aan. “Nou, waarom is doorgaan belangrijk?”, herhaalde ik. De man nam zijn glas wat steviger in zijn hand en zei aarzelend: “Ik begrijp je vraag niet.” Ik: “Zo moeilijk is ‘ie niet: waarom is het zo belangrijk dat jouw bedrijf doorgaat? Doe jij iets onmisbaars? Gaat de wereld ten onder als jouw bedrijf stopt?” “Rob, doe niet zo idioot”, zei de man en daaruit bleek hoe slecht hij me kende, “Wie doet nou iets onmisbaars?” “Ik moet doorgaan, om meer geld te verdienen.” “Dus je moet geld verdienen om door te gaan en doorgaan om geld te verdienen?” Van deze redenatie was de man zichtbaar in de war. Hij schudde zijn hoofd een keer en keek mij indringend aan. “Wat is het nu precies dat je wilt weten?” vroeg hij uiteindelijk heel langzaam. “Waarom doe jij wat je doet?” vroeg ik hem net zo langzaam.

Drie niveaus van bestaan
Die laatste vraag heb ik in mijn leven al zo vaak gesteld aan mensen dat ‘ie grijs begint te worden. Al vele jaren voordat ik identiteitsmarketeer werd en zelfs al voordat ik communicatie als vakgebied koos, confronteerde ik mensen met hun keuzes. Waarom doe jij wat je doet? Het ging dan niet alleen over werk. Vaak ging het ook over keuzes in relaties, studie en persoonlijke ontwikkeling. Maar in dit stukje gaat het wel over werk. Waarom doe jíj wat je doet? Ja, jij! Jij, die nu dit stukje leest.

Volgens psychologen als Maslow, Richard Barrett en Kaj Morel zijn er diverse niveaus voor het antwoord op deze waarom-vraag. Meest recent is de driedeling van Morel: Aan de basis staan antwoorden als ‘een mens moet toch leven?’(niveau ‘baan’), daarboven ‘omdat ik er goed in ben’ (niveau ‘carriere’) en helemaal bovenin staan antwoorden als ‘ik wil verschil maken’ en ‘ik wil de wereld een beetje beter maken’ (niveau ‘missie’). De laatste tijd hoor ik antwoorden van dat laatste niveau weer vaker voorbij komen. En ik zie in interviews leiders uit politiek en bedrijfsleven gedrag vertonen dat hier ook op aansluit. Daar word ik blij van.

Betekenisvol leven
Mensen willen weer van betekenis zijn voor anderen, willen anderen gelukkig maken. En jij? Weet jij eigenlijk al waarom jij doet wat jij doet? En als het antwoord in het hoogste niveau past, hoe heb je dat dan concreet gemaakt? Hoe maak jij verschil? Voor wie ben jij betekenisvol? Hoe wordt door jou de wereld een stukje mooier? Deel met mij jullie ervaringen. Laten we een verzameling maken van ‘best meaningful practices’. Als er dan weer iemand naar mij toekomt met de opmerking ‘allemaal onzin’, dan geef ik hem gewoon dat verzamelboek. Lijkt mij heel betekenisvol.

Durf te lijden

In het kader van #durftelijden, een initiatief van Kees Klomp (@karmakees), mijn bijdrage over dit thema.

Iedere voorkant heeft vanzelfsprekend een achterkant. Dat kan eenvoudigweg niet anders. Anders gezegd: alles heeft zijn eigen tegenstelling en kan alleen daardoor bestaan. Hoe weet je wat warm is, als je geen koud kent? Hoe herken je licht als je niet weet wat duister is?

De ontkenning van de achterkant
Het lot van de achterkant is dat het vaak ontkend wordt. Meestal simpelweg omdat het letterlijk niet gezien wordt. Maar soms ook omdat we het niet wíllen zien. Dat laatste geldt bijvoorbeeld wanneer het ons gevoel betreft.

Ook ons gevoelsleven kent namelijk zulke tegenstellingen. Immers: ALLES heeft een voor- en achterkant. Bij ons gevoel gaat het dan bijvoorbeeld over vreugde&verdriet, euforie&woede, manisch&depressief, liefde&haat.

Wij willen maar al te graag onze gevoelens van verdriet, woede, depressie en haat ontkennen, omdat het ons lijden brengt. Ze doen pijn. En: pijn is niet fijn. Maar door deze gevoelens te ontkennen, ontkennen we het bestaan van de achterkant en daarmee brengen we de voorkant uit zijn evenwicht.

Oneindige spiraal
Met andere woorden: ontkenning van lijden brengt ons als geheel uit balans. Dat op zichzelf brengt weer meer lijden met zich mee en zo zitten we in een oneindige spiraal. De enige manier om als mens in balans te komen, is door het lijden op dezelfde manier te accepteren – ja, zelfs te omarmen- als we doen met vreugde, blijdschap, geluk en liefde.

Hoe meer we het lijden ontkennen, des te meer we zullen lijden. Misschien niet nu, maar dan later. Ook hiervoor geldt een simpel principe: als het niet weg is, is het er nog. Ontkenning van het lijden laat het niet verdwijnen. Net zomin als de ogen sluiten ook de wereld niet laat verdwijnen. Je ziet het alleen even niet.

Achterkant wordt voorkant
Als je de pijn die je voelt doorleeft, écht doorleeft, dan zul je een bijzondere ervaring meemaken: het lijden wordt de voorkant. Niets is op dat moment zichtbaarder, voelbaarder, tastbaarder dan het lijden. Alsof de B-kant van een singletje opeens de A-kant wordt. Het mooie van zo’n ervaring is dat deze voorkant ook een achterkant heeft. Vreugde, liefde, geluk zal de tegenhanger zijn van jouw lijden. Zoals een beangstigende achterkant angstig maakt, zo maakt een vreugdevolle achterkant blij. Dat loutert enbmaakt het lijden draagbaar.

Lijden heelt
Nooit zal ik de uitspraak van een docent vergeten als ik bij readings angstaanjagende beelden tegen kwam. Ze zei altijd: “Rob, draai het om. Kijk naar de achterkant.” En wanneer ik dat deed, kwam altijd een liefdevol beeld te voorschijn. En hoe vreselijker, huiveringwekkender het beeld was, des te liefdevoller, mooier, gelukzaliger de achterkant. Met die wetenschap durfde én durf ik alle angstwekkende beelden aan.

Kortom: durf te lijden, het heelt je.

Hoe te verwonderen: vervolg op ‘Socrates’

Zoals beloofd in mijn vorige blog ‘Socrates en het vermogen te verwonderen’ volgt hierbij een over het terugvinden van ons vermogen om te verwonderen. Want we kunnen het allemaal. We zijn hoogstens de ‘techniek’ even vergeten.

 

Verwondering en verbazing

Om maar direct met de deur in huis te vallen: verwondering is NIET hetzelfde als verbazing. Alhoewel de woordenboeken ons dat wel vertellen, is er wel degelijk een significant verschil. Vraag jezelf eens af wanneer jij je voor het laatst hebt verwonderd? En dan bedoel ik niet de ‘gewone’ verbazing die we allemaal nog geregeld hebben (‘hé, is het brood nu al op?’).

 

Het grote verschil tussen verwondering en verbazing zit ‘m in de plek waar de ‘activiteit’ optreedt: verbazing vindt plaats in je hoofd, verwondering in je hart.

 

Dat zit zo: als je verbaasd bent, constateert je verstand een feit dat niet in overeenstemming is met je verwachting. Die verwachting is gebaseerd op je aanwezige kennis of de ervaringen die je hebt opgedaan. Als iets niet logisch is, zul je snel verbaasd zijn. Logica is de basis voor verbazing.

 

Logica buiten spel

Verwondering heeft niets te maken met logica. Het heeft te maken met ontdekkingen en nieuwe ervaringen. Zoals in mijn vorige blog het voorbeeld van mijn dochter. Ze kende onzelieveheersbeestjes als kruipende diertjes met een prachtig rood schild met stippen. Tot er opeens een wegvliegt. Verwondering alom. Logica komt hier niet aan te pas. Er was nog geen ‘mindset’ over de toestand van het onzelieveheersbeestje.

 

Wat is vreemd?

In mijn boek ‘Resultaatgericht fantaseren’ geef ik het voorbeeld van een kind dat zijn vader in de lucht ziet zweven. Als zijn moeder dat ook ziet, valt ze flauw. Voor het kind zijn beide gebeurtenissen nieuw en daarom even verwonderend. De meeste volwassenen zouden bij de vader vol verbazing de gebeurtenis hebben aanschouwd, terwijl zij de gebeurtenis van moeder ‘normaal’ vinden. In ieder geval niet vreemd, verwonderend of verbazingwekkend.

 

Waarnemen met je hart

Doordat de nadruk in onze westerse wereld zo op de ratio ligt, nemen we vooral waar met ons hoofd en nog maar weinig met ons hart. Wil je weer leren om te verwonderen? Vergeet logica en kijk met je hart. Begin met kleine dingetjes: pluk een bloem en laat de intensiteit van de kleur op je inwerken. Wat neem je in jezelf waar? Wat voel je rond je hart of in je buik? Welke gedachten schieten te binnen?

 

‘Stom, raar en belachelijk’

Er is niets logisch aan de kleur van de meeste bloemen, dus je verstand zal hier geen vraag over stellen. Een gedachte omtrent de kleur van de bloem zal dus bijna zeker uit je hart of je buik komen. Laat wat er binnenkomt er gewoon zijn. Als je iets ‘stom’ of ‘belachelijk’ of ‘raar’ vindt, is dat je verstand die zich er mee bemoeit. Negeer het. Ons verstand vind het niet leuk als het wordt ‘overruled’, dus zal het alles doen om aandacht te krijgen.

 

Een stapje verder

De volgende stap is een routine-activiteit te kiezen, bijvoorbeeld een huishoudelijke klus, de boodschappen doen of de reis van je huis naar je werk. Je hebt op zo’n moment je verstand niet erg hard nodig. Kijk eens om je heen met de wens je te verwonderen. Wat valt op dat moment op? Wat voel je rondom je hart of je buik? Welke gedachten kwamen in je op in het allereerste moment dat je het object waarnam?

 

Essentie van verwonderen

De ‘grote truc’ bij verwonderen is iets niet per sé logisch willen vinden en geen verklaring willen zoeken. Je bant de logica uit. Verwonderen heeft in tegenstelling tot logisch redeneren niet een bepaalde uitkomst als resultaat. Verwonderen is het resultaat.

Socrates en het vermogen te verwonderen

Bij het opruimen van mijn werkkamer kwam ik afgelopen week de filosofische best-seller ‘De wereld van Sofie’ tegen. Ik kan me het lezen van dit boek nog goed herinneren. Wat een feest! Ik ging er bijna filosofie door studeren. Ook voor ‘de harde werkelijkheid’ van organisaties, biedt dit boek interessante eye-openers. De mooiste van allemaal vind ik de kracht van verwondering.

 

Verwondering

Ik was al direct bij het begin geboeid toen ik las: “Het enige wat we nodig hebben om een goed filosoof te worden, is het vermogen om te verwonderen”. In de basis is dat namelijk één van de innerlijke vermogens die ik graag bij mensen laat ontwaken. Welk een prachtig instrument is verwondering! Het houdt ons scherp bij al die zaken die buiten het vermogen van ons ratio valt. En zeker in ons werk hebben we dat steeds vaker hard nodig.

 

Puur

Kinderen zijn meesters in verwondering, vooral als ze tussen 4 en 8 jaar oud zijn. Wat kunnen wij volwassenen in dat opzicht veel van hen leren. Kinderen zijn in staat om het meest alledaagse vol verwondering gade te slaan.

 

Een van mijn mooiste momenten hierin is wanneer ik mijn dochter vol opwinding van ver hoor roepen: “Papa, papa, kom snel, kom snel.” Ik haast mij naar buiten toe, vol verwachting van iets groots om vervolgens mijn dochter te zien met op haar hand een onzelieveheersbeestje. Ze kijkt mij met grote ogen aan en zegt vol verwondering: “ze kunnen ook vliegen, papa. Wist je dat?” Prachtig, die puurheid.

 

Dóór, dóór, dóór!

Binnen organisaties vinden we verwondering vaak een storende factor. Het betekent meestal dat iets anders is dan verwacht en aandacht vraagt. Het reguliere proces wordt vertraagd en dat heeft vervelende consequenties voor targets, winst, omzet. Verwondering betekent vaak stilstaan en als we ergens de kriebels van krijgen dan is het wel stilstaan. We moeten dóór, dóór, dóór!

 

Innovatie

Blijkbaar zijn we dan toch even vergeten dat alle innovatie voortkomt uit verwondering. En stel je eens een wereld voor zonder innovatie: geen internet, geen telefoon, geen auto, geen huizen, geen boeken, geen vuur.

 

Verwondering stelt ons in staat om op een andere manier te kijken naar alledaagse zaken. Als je bedenkt dat alles in de ICT opgebouwd is uit louter enen en nullen, dan kun je toch niets anders dan je verwonderen over alle digitale ontwikkelingen?

 

Nieuwe impulsen

In veel organisaties is sprake van ingesleten of vastgeroeste patronen en doorgeschoten uitvoering van (in basis goede) regels en procedures. Als we ons hier al bewust van zijn – vaak niet namelijk-, dan weten we niet goed hoe hier verandering in te brengen. Het vermogen om te verwonderen geeft ruimte voor het ontvangen van nieuwe impulsen. Nieuwe impulsen creëren een andere kijk en dat is de start van een nieuwe richting.

 

Meer volgende week

Voor iedereen die zijn verwondering ‘kwijt’ is en het nu weer graag terug wil: het is heel makkelijk terug te krijgen. Lees volgende week mijn blog maar. Dan vertel ik je er alles over.

Genieten!!

Ik heb kerstvakantie, twee weken lang. “Dat wordt genieten”, bedacht ik me al een maand van te voren. Vrijdag 18 december beginnen we met en lang weekend Keulen waarbij we allerlei kerstmarkten bezoeken, zondag terug, dinsdag verjaardag vieren, vrijdag/zaterdag Kerst. En dan nóg een week vrij. Hoe geweldig kan het leven zijn?

Na deze voorpret komt de werkelijkheid: het weekend in Keulen valt samen met de terugkeer van Vadertje Vorst en dus lopen we met -12 graden Celsius de hele dag buiten, van de ene kerstmarkt naar de ander. Die overigens erg tegenvielen na alle verhalen en eerdere ervaringen. Ook het hotel viel tegen, het bleek weinig meer te bieden dan een bed, duitse en turkse tv en een ontbijtzaal. Met veel plezier gingen we zondag naar de trein, op weg naar huis voor de échte Kerstbeleving. Dus niet. In Nederland is Vadertje Vorst overtroeft door Koning Sneeuw en heel het openbaar vervoer ligt plat. En zo zijn wij ongewenst gestrand in een vreemd land.

“Ongewenst gestrand in een vreemd land” en dat rond kersttijd. Als dat niet een start is voor een mooi kerstverhaal. Opeens moet ik denken aan Jozef en Maria die dachten na een lange reis te kunnen uitrusten en na het zoveelste ‘nee’ lijdzaam moeten accepteren dat ze die nacht niet in een herberg zullen slapen. Ook denk ik aan die vluchtelingen die na onvoorstelbare ontberingen stranden in Europa, ongewenst in een vreemd land, hopend (vertrouwend?) op een betere toekomst, voor hen of anders op z’n minst voor de generaties na hen.

Twee weken kerstvakantie wordt door deze en andere oorzaken minder leuk dan van te voren verwacht en ik klaag. Ik klaag erover dat ik nog maar zo weinig tijd heb voor mezelf om de dingen te doen die ík leuk vind. Dan schrijf ik dit stukje en ik schaam me. Ik schaam me dat ik überhaupt ergens over durf te klagen. En hoe lullig en afgezaagd het ook klinkt en hoe groot de ‘heilig-boontje’factor ook is: sommigen zouden wensen dat ze boodschappen konden doen, een huis hadden om schoon te maken, een bed om op te maken, een fiets om te repareren. Ik beloof mezelf én jou: de rest van de vakantie klaag ik niet. Twee weken kerstvakantie: “Dat wordt genieten” en dat wordt het zeker, in opdracht van iedereen die minder fortuinlijk is.

Verwondering

Laat ik nou toch altijd gedacht hebben dat ik de enige volwassen mens ben die zich verwondert over kleine alledaagse dingen. Tot ik vorige week sprak met iemand die me vertelde elke dag vol van verwondering te zijn over van alles en nog wat. Het deed mij weer beseffen hoe hard wij eigenlijk door het leven en over deze aardbol rennen/vliegen/draven. We kijken het grootste deel van onze tijd niet om ons heen, maar zijn strak gefocust op ons doel. Soms is dat natuurlijk prima en soms zelfs hard nodig. Maar ook hier gaat het weer om de balans. Hoe vaak ben je strak gericht op een doel met de intentie daar zo snel en goed mogelijk aan te komen? En hoe vaak is het onderweg zijn al voldoende?

Na mijn scheiding veranderde mijn hele leven. In de eerste tijd na de breuk rende ik nog harder dan ik altijd al deed, gewoon om alle ‘ballen in de lucht’ te houden, om niet om te komen in de lawine van ‘things-to-do-now-you-are-a-single-parent’. Maar inmiddels is het al enige tijd weer rustig en ben ik weer meer ‘tot mezelf’ of eigenlijk ‘tot mijn Zelf’ gekomen. Ik ben me veel bewuster geworden van het leven in het algemeen en mijn leven in het bijzonder. Jarenlang heb ik op makkelijke, rustige golven door het leven heen gesurfd en aan de oppervlakte van mijn bewustzijn vond ik dat prima. Dieper van binnen begon echter wat beroering te ontstaan en toen dat eenmaal aan de oppervlakte kwam was er geen houden meer aan.

Ik leef nu vanuit een dieper bewustzijn. Dat betekent onder andere dat ik meer meemaak (zowel prettig als minder prettig), dat ik meer voel (zowel prettig als minder prettig) en dat ik meer bewust ben van wat er om mij heen gebeurd. Bij dat alles slaat de verwondering geregeld toe. Hoe kleurrijk de herfstbladeren zijn, hoe prachtig het neerkletteren van een forse regenbui op mijn dakraam klinkt, hoe prettig het voelt om samen te ontbijten, hoe makkelijk je je eigenlijk geluk kunt creëren én vernietigen, hoe een plant groeit, hoeveel sterren er aan de hemel staan.

Mocht ik het toch even vergeten, dan is er altijd nog mijn dochter die dan bijvoorbeeld tijdens het fietsen vol enthousiasme roept: “Papa, kijk: een paddestoel!” En vol verwondering staan we stil.